Natuur en techniek › Weer en klimaat
groep 4 t/m 5richtlijnAardrijkskunde & lokaal weer
Weet dat verschillende plekken op de wereld heel verschillend weer hebben: tropische gebieden zijn het hele jaar warm en nat, woestijnen zijn erg droog, poolgebieden zijn ijskoud, en dat aardrijkskunde (afstand tot de evenaar, hoogte, nabijheid van de zee) het lokale weer beïnvloedt
Je kind beheerst dit als het...
- Beschrijft het typische weer in minstens drie verschillende klimaattypes
- Legt uit dat plekken dicht bij de evenaar meestal warmer zijn
- Noemt minstens één factor die het weer van een plek beïnvloedt, naast de breedtegraad
Vraag eens aan je kind
Als je kind het weer in een tropisch regenwoud, een woestijn en het noordpoolgebied vergelijkt, kan hij of zij dan beschrijven hoe verschillend die zijn en uitleggen waarom, bijvoorbeeld door de afstand tot de evenaar?
Eerst dit
- Seizoenen & weerpatronen Om de verschillen in weer wereldwijd te begrijpen, moet je kind eerst weten wat de seizoenen zijn
- Soorten weer Om het weer in verschillende landen te vergelijken, heeft je kind eerst de juiste woorden voor het weer nodig
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Klimaatzones Klimaatzones brengen structuur aan in het idee dat het weer overal ter wereld anders is.
- Weer versus klimaat Om het begrip klimaat te snappen, moet je kind eerst weten dat het op verschillende plekken op aarde meestal ander weer is.
- De polaire klimaatzone Kennis van wereldweerpatronen helpt bij het begrijpen van de poolklimaatzone (Weer 7-9 -> Polair 9-11).
- Tropisch regenwoudklimaat Inzicht in wereldwijde weerpatronen helpt om het tropische klimaat te begrijpen (Weer 7-9 naar Regenwouden 7-9).