Kans als breuk
Beschrijft de kans op eenvoudige, even waarschijnlijke uitkomsten met stambreuken: de kans op een 6 met een eerlijke dobbelsteen is 1/6, op kop gooien is 1/2, op één bepaalde kleur uit drie even vaak voorkomende kleuren is 1/3; plaatst deze kansen als breuk op een kansschaal van 0 tot 1
Je kind beheerst dit als het...
- Geeft aan dat de kans op een 6 met een eerlijke dobbelsteen 1/6 is en legt uit waarom
- Drukt de kans op het trekken van een rode kaart uit een standaard kaartspel uit als 26/52 of 1/2
- Schrijft de kans op een eenvoudige gebeurtenis als breuk: gunstige uitkomsten gedeeld door alle mogelijke uitkomsten
Vraag eens aan je kind
Als je kind met een eerlijke munt gooit, weet je kind dan dat de kans op kop 1/2 is, en kan je kind vergelijkbare eenvoudige kansen als breuk uitdrukken en op een schaal van 0 tot 1 plaatsen?
Eerst dit
- Even grote kansen Het gebruik van breuken om kans weer te geven werkt alleen bij even grote kansen, dus dat begrip moet je kind eerst hebben.
- Stambreuken Om kansen uit te drukken als eenheidsbreuken, zoals 1/6, 1/2 of 1/3, moet je kind eerst weten wat eenheidsbreuken zijn uit het onderdeel breuken.
- Eenvoudige kansexperimenten Ervaring met praktische proefjes geeft het gevoel dat nodig is om kans als breuk te kunnen begrijpen.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- De kansschaal van 0 tot 1 De formele kansschaal van 0 tot 1 legt vast wat je kind rond zijn negende of tiende al leerde: even grote kansen weergeven met breuken.