Natuur en techniek › Poolgebieden
groep 2 t/m 3richtlijnIJs en sneeuw
Weet dat water vast (ijs en sneeuw) of vloeibaar kan zijn, dat sneeuw bestaat uit piepkleine bevroren ijskristallen, dat ijsbergen enorme stukken ijs zijn die in de oceaan drijven waarbij het grootste deel onder water verborgen zit, en dat ijs drijft omdat het lichter is dan vloeibaar water
Je kind beheerst dit als het...
- Legt uit dat ijs en sneeuw bevroren water zijn (vaste stof) en dat water kan veranderen tussen vast en vloeibaar
- Beschrijft een ijsberg als een enorm stuk ijs dat in de oceaan drijft, waarvan het grootste deel onder water verborgen zit
- Zegt dat ijs drijft omdat bevroren water lichter is dan vloeibaar water
Vraag eens aan je kind
Weet je kind dat een ijsberg een enorm drijvend stuk ijs is waarvan het grootste deel onder water verborgen zit, en dat de poolgebieden bedekt zijn met ijs omdat het daar zo koud is dat het water bevroren blijft?
Eerst dit
- Waar liggen de polen? Je kind moet eerst weten wat de poolgebieden zijn, voordat het leert over het ijs en de sneeuw daar.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- IJs en de vormen van water Basiskennis over ijs en sneeuw is nodig voordat je kind de verschillende aggregatietoestanden en soorten ijs kan begrijpen.