Hoeken in driehoeken (11+)
Leidt formules af voor de oppervlakte van driehoeken, parallellogrammen en trapezoïden, en voor de inhoud van balken en andere prisma's (waaronder cilinders), en past ze toe, waarbij elke formule wordt gekoppeld aan de meetkundige redenering erachter
Je kind beheerst dit als het...
- Berekent de oppervlakte van een trapezium met A = ½(a + b) × h en legt uit waarom de formule klopt
- Berekent de inhoud van een driehoekig prisma door de oppervlakte van de doorsnede te vermenigvuldigen met de lengte
- Leidt de formule voor de inhoud van een cilinder (π × r² × h) af door te redeneren vanuit de formule voor een prisma
Vraag eens aan je kind
Als je kind een driehoekig stuk terras van 4 m breed en 3 m hoog moet betegelen, kan hij of zij dan de oppervlakte berekenen om te weten hoeveel tegels nodig zijn?
Eerst dit
- Antwoorden schatten (vanaf 10 jaar) De inhoud van prisma's uit KS3 bouwt voort op de inhoud van balken uit KS2 (inhoud = lengte × breedte × hoogte).
- Antwoorden schatten (vanaf 9 jaar) Oppervlakteformules bouwen voort op de oppervlakte en omtrek van rechthoeken uit KS2.
- Oppervlakte van driehoeken en parallellogrammen De oppervlakte- en inhoudsformules uit KS3 bouwen voort op de oppervlakte van parallellogrammen en driehoeken uit KS2.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Cirkels: omtrek en oppervlakte Voor vraagstukken met samengestelde vormen moet je kind eerst de basisformules voor oppervlakte vlot beheersen.