Cirkels: omtrek en oppervlakte
Berekent de omtrek en oppervlakte van cirkels met de formules O = πd (of 2πr) en A = πr², en lost vraagstukken op over de omtrek en oppervlakte van samengestelde vormen met ronde onderdelen
Je kind beheerst dit als het...
- Berekent de omtrek en oppervlakte van een cirkel als de straal of diameter gegeven is
- Bepaalt de omtrek of oppervlakte van een samengestelde vorm die is opgebouwd uit rechthoeken en halve cirkels
- Legt in eigen woorden het verband uit tussen π, de diameter en de omtrek
Vraag eens aan je kind
Als je kind wil weten hoe ver een fietswiel komt bij één volledige omwenteling, kan hij/zij dan met de diameter van het wiel en π (pi) de omtrek berekenen?
Eerst dit
- Hoeken in driehoeken (11+) Voor vraagstukken met samengestelde vormen moet je kind eerst de basisformules voor oppervlakte vlot beheersen.
- Onderdelen van een cirkel Voor het rekenen met cirkels moet je kind al weten wat straal, diameter en omtrek zijn uit eerdere leerjaren.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.