Engels › Engelse grammatica en interpunctie
groep 5richtlijnGrammaticale termen: voornaamwoorden en lidwoorden
Kent en gebruikt de grammaticale termen van Year 4, zoals 'determiner', 'pronoun', 'possessive pronoun' en 'adverbial'
Je kind beheerst dit als het...
- Kan in de zin 'She quickly opened her present on the table' de 'determiner', 'pronoun' en 'adverbial' aanwijzen
- Legt het verschil uit tussen een 'possessive pronoun' ('mine', 'theirs') en andere pronouns ('I', 'they')
- Gebruikt de termen 'determiner' en 'adverbial' correct bij het bespreken van het werk van een klasgenoot
Vraag eens aan je kind
Als je je kind vraagt om een 'determiner' of een 'possessive pronoun' in een zin te vinden, kan hij of zij er een aanwijzen en uitleggen welke functie die heeft?
Eerst dit
- Grammatica: zelfstandige naamwoorden, werkwoorden en tijd De begrippen van jaar 4 bouwen voort op wat je kind in jaar 2 over deze begrippen heeft geleerd.
- Grammaticale termen: bijzinnen en voegwoorden De begrippen van jaar 4 bouwen direct voort op wat je kind in jaar 3 over deze begrippen heeft geleerd.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Grammatica: modale werkwoorden en bijzinnen Grammaticaterminologie uit jaar 5 bouwt rechtstreeks voort op die uit jaar 4: je kind moet eerst lidwoord, voornaamwoord en bijwoordelijke bepaling kennen voordat hulpwerkwoord van modaliteit, betrekkelijke bijzin, tussenzin, samenhang en dubbelzinnigheid worden toegevoegd.