Engels › Engelse grammatica en interpunctie
groep 6richtlijnGrammatica: modale werkwoorden en bijzinnen
Je kind kent en gebruikt grammaticale termen uit groep 7 correct bij het bespreken van lezen en schrijven: modaal werkwoord, betrekkelijk voornaamwoord, betrekkelijke bijzin, tussenzin, haakje, streepje, samenhang, dubbelzinnigheid
Je kind beheerst dit als het...
- Kan een betrekkelijke bijzin in een zin aanwijzen en het betrekkelijk voornaamwoord benoemen waarmee die begint, met de juiste vaktermen
- Kan uitleggen waarom een setje haakjes of streepjes een tussenzin vormt, en de functie ervan beschrijven met de term 'tussenzin'
- Kan de termen 'modaal werkwoord', 'samenhang' en 'dubbelzinnigheid' gebruiken bij het bespreken van hoe een schrijver een bepaald effect in een tekst heeft bereikt
Vraag eens aan je kind
Als je aan je kind vraagt wat een 'modaal werkwoord' of een 'betrekkelijke bijzin' is, kan hij of zij dat dan duidelijk uitleggen en een voorbeeld in een zin aanwijzen?
Eerst dit
- Grammaticale termen: voornaamwoorden en lidwoorden Grammaticaterminologie uit jaar 5 bouwt rechtstreeks voort op die uit jaar 4: je kind moet eerst lidwoord, voornaamwoord en bijwoordelijke bepaling kennen voordat hulpwerkwoord van modaliteit, betrekkelijke bijzin, tussenzin, samenhang en dubbelzinnigheid worden toegevoegd.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Grammaticale termen: vorm en interpunctie De taalbegrippen van groep 8 bouwen voort op die van groep 7