Natuur en techniek › Dinosaurussen en paleontologie
groep 4 t/m 5richtlijnDinosporen lezen
Gebruikt dinosporen (fossiele voetafdrukken) om iets te zeggen over de grootte, snelheid en het gedrag van een dinosaurus: sporen die ver uit elkaar liggen wijzen op rennen, sporen die dicht bij elkaar liggen wijzen op lopen
Je kind beheerst dit als het...
- Legt uit dat grotere voetafdrukken meestal een grotere dinosaurus betekenen
- Vergelijkt de afstand tussen voetafdrukken om lopen van rennen te onderscheiden
- Oppert wat een reeks evenwijdige sporen zou kunnen betekenen (bijvoorbeeld dat dinosaurussen in een groep reisden)
Vraag eens aan je kind
Zou je kind in een museum bij een rij dinosporen kunnen aangeven of de dinosaurus liep of rende, op basis van de afstand tussen de afdrukken?
Eerst dit
- Soorten fossielen Je kind moet eerst weten wat sporenfossielen zijn, voordat het reeksen van fossiele voetafdrukken kan analyseren.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Hoe paleontologen werken Bij het begrijpen van hoe paleontologen in het veld en het lab werken, hoort ook het gebruik van sporenfossielen zoals voetafdrukken als bewijsmateriaal. Doordat je kind eerder heeft geleerd hoe je zulke sporen interpreteert, snapt het straks concreter hoe veldwerk in zijn werk gaat.