Natuur en techniek › Vulkanen en aardbevingen
groep 4 t/m 5richtlijnDe Ring van Vuur
Herkent dat vulkanen en aardbevingen vooral op bepaalde plekken voorkomen, met name rond de randen van de Grote Oceaan (de Ring van Vuur), en niet zomaar overal op aarde
Je kind beheerst dit als het...
- Beschrijven dat vulkanen en aardbevingen zich ophopen in bepaalde zones
- De Ring van Vuur aanwijzen op een wereldkaart
- Uitleggen dat de plekken waar aardbevingen en vulkanen voorkomen niet willekeurig zijn
Vraag eens aan je kind
Als je kind een wereldkaart bekijkt met daarop waar aardbevingen en vulkanen voorkomen, ziet je kind dan het patroon dat ze zich ophopen in bepaalde lijnen en banden, in plaats van overal verspreid te liggen?
Eerst dit
- Wat is een aardbeving Om patronen in aardbevingen in kaart te brengen, moet je kind eerst weten wat een aardbeving is
- Wat is een vulkaan Om patronen in vulkanen in kaart te brengen, moet je kind eerst weten wat een vulkaan is
- Snelle en langzame veranderingen op aarde Het in kaart brengen van patronen is makkelijker als je kind al weet dat het aardoppervlak verandert
- Vormen van land en water Het in kaart brengen van patronen in vulkanen en aardbevingen is makkelijker als je kind al iets weet over landvormen zoals bergen en dalen
- Waarom aardbevingen ontstaan Het in kaart brengen van patronen is makkelijker als je kind begrijpt waardoor aardbevingen ontstaan
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Tektonische platen Het idee van tektonische platen verklaart waar aardbevingen en vulkanen voorkomen.
- De kracht van aardbevingen meten Het meten van aardbevingen is makkelijker als je kind weet waar ze voorkomen.