Coördinaten (vanaf 10 jaar)
Posities beschrijven op het volledige coördinatenstelsel (alle vier de kwadranten); werken met coördinaten die negatieve waarden bevatten
Je kind beheerst dit als het...
- Punten met negatieve coördinaten zoals (-3, 4) en (2, -5) uitzetten op een rooster met vier kwadranten
- Bepalen in welk kwadrant een gegeven punt ligt
- De positie van een vorm beschrijven met coördinaten in alle vier de kwadranten
Vraag eens aan je kind
Als je kind een spelletje speelt waarbij schepen ook op negatieve coördinaten kunnen staan, kan je kind dan posities zoals (-3, 2) of (1, -4) correct uitzetten en aflezen op een rooster?
Eerst dit
- Coördinaten (8+) Om met het volledige coördinatenstelsel te werken, moet je kind eerst kunnen werken met punten in het eerste kwadrant
- Punten uitzetten in het eerste kwadrant Werken met coördinaten in alle vier de kwadranten bouwt voort op het werken met punten in het eerste kwadrant
- Temperatuur meten Om met negatieve coördinaten te werken, moet je kind eerst negatieve getallen begrijpen
- Transformaties op een rooster Werken met het volledige coördinatenstelsel (alle vier de kwadranten) breidt het werken met meetkundige transformaties uit naar negatieve coördinaten
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Coördinaten (vanaf 11 jaar) Het werken met coördinaten in het voortgezet onderwijs bouwt voort op de vaardigheid om in alle vier kwadranten te werken, die je kind al op de basisschool heeft geleerd
- Vormen verschuiven en spiegelen Voor transformaties in het coördinatenstelsel moet je kind kunnen werken met coördinaten in alle vier de kwadranten.