Natuur en techniek › Stoffen en materialen
groep 2richtlijnAlledaagse materialen benoemen
Verschillende alledaagse materialen herkennen en benoemen, zoals hout, plastic, glas, metaal, water en steen
Je kind beheerst dit als het...
- Benoemt minstens zes alledaagse materialen: hout, plastic, glas, metaal, water, steen
- Herkent bij minstens tien verschillende voorwerpen, thuis of op school, van welk materiaal ze gemaakt zijn
- Beseft dat sommige voorwerpen uit meer dan één materiaal bestaan
Vraag eens aan je kind
Kan je kind rondkijken in een kamer en goed benoemen waar dingen van gemaakt zijn, zoals glas in het raam, metaal in de radiator en plastic in een pen?
Eerst dit
- Voorwerpen versus materialen Je kind moet eerst het verschil tussen voorwerpen en materialen begrijpen voordat het specifieke materialen kan benoemen.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Eigenschappen van materialen beschrijven Je kind moet materialen kunnen benoemen voordat het de eigenschappen ervan kan beschrijven.