Natuur en techniek › Poolgebieden
groep 4 t/m 5richtlijnAanpassingen aan de kou
Begrijpt hoe pooldieren zijn aangepast om extreme kou te overleven: spek (een dikke vetlaag) isoleert zeehonden en walvissen, holle haren houden warme lucht vast in de vacht van ijsberen, een slim systeem van bloedvaten in de flippers van pinguïns zorgt dat ze nauwelijks warmte verliezen, poolvossen krijgen 's winters een dikke witte vacht voor camouflage en warmte, en sommige dieren trekken weg om de zwaarste maanden te ontwijken
Je kind beheerst dit als het...
- Beschrijft minstens drie aanpassingen aan de kou: spek, holle haren, het bloedvatsysteem in pinguïnflippers, een witte wintervacht, of wegtrekken
- Legt het doel van elke aanpassing uit (bijvoorbeeld: spek isoleert tegen koud water, een witte vacht zorgt voor camouflage in de sneeuw)
- Gebruikt het woord aanpassing op de juiste manier: een eigenschap die een dier helpt overleven in zijn omgeving
Vraag eens aan je kind
Kan je kind een paar manieren uitleggen waarop pooldieren de vrieskou overleven, zoals de holle haren van een ijsbeer die warme lucht vasthouden, het dikke spek van een zeehond, of een poolvos die 's winters van kleur verandert?
Eerst dit
- Dieren van de poolgebieden Je kind moet eerst dieren uit de poolgebieden kennen voordat het leert hoe ze zich hebben aangepast.
- IJsberen De aanpassingen van de ijsbeer, zoals de speklaag en holle haren, zijn hier mooie voorbeelden van.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Poolecosystemen vergeleken Kennis over aanpassingen aan de omgeving maakt het vergelijken van ecosystemen rijker.