Natuur en techniek › Organismen en levensprocessen
groep 4 t/m 5richtlijnWoordenschat voor dierindeling
Gebruikt woorden voor het indelen van dieren en het beschrijven van levenscycli, zoals gewerveld, ongewerveld, zoogdier, vogel, reptiel, amfibie, vis, insect, spinachtige, larve, pop, gedaanteverwisseling, draagtijd, nakomelingen, volledige gedaanteverwisseling en onvolledige gedaanteverwisseling, en past deze correct toe bij het indelen en vergelijken van dieren
Je kind beheerst dit als het...
- Deelt een aantal dieren correct in als gewerveld of ongewerveld, en vervolgens in specifiekere groepen
- Gebruikt de term 'gedaanteverwisseling' correct om de levenscyclus van insecten en amfibieën te beschrijven, en maakt onderscheid tussen volledige en onvolledige gedaanteverwisseling
- Vergelijkt de levenscyclus van een zoogdier met die van een insect, met gebruik van de juiste vaktermen
Vraag eens aan je kind
Weet je kind het verschil tussen een gewerveld en een ongewerveld dier, en kan je kind een lijst met dieren in de juiste groep indelen?
Daarna verder met
- Levende wezens indelen in groepen Om levende wezens te groeperen heeft je kind eerst woorden nodig zoals gewervelde dieren, ongewervelde dieren en zoogdieren.
- Levenscycli van organismen Om de bijzondere en uiteenlopende levenscycli van dieren te kunnen beschrijven, moet je kind eerst de woorden 'gedaanteverwisseling', 'draagtijd', 'larve' en 'pop' kennen.
- Levenscyclussen van dieren Om de levenscyclus van zoogdieren, amfibieën, insecten en vogels met elkaar te vergelijken, moet je kind eerst weten wat metamorfose betekent.
- Zoekkaarten gebruiken Om classificatiesleutels te gebruiken voor het benoemen van levende wezens, moet je kind eerst de bijbehorende vaktermen voor classificatiegroepen kennen.