Rekenen › Vermenigvuldigen en delen
groep 5richtlijnVermenigvuldigen met tientallen
Eenvoudige getallen (1 tot en met 9) vermenigvuldigen met tientallen tussen 10 en 90, met strategieën gebaseerd op plaatswaarde
Je kind beheerst dit als het...
- 7 × 30 uitrekenen door te redeneren: 7 × 3 tientallen = 21 tientallen = 210
- Uitleggen waarom er een nul bijkomt als je met een tiental vermenigvuldigt
- Deze vaardigheid gebruiken om de uitkomst van grotere vermenigvuldigsommen te schatten
Vraag eens aan je kind
Kan je kind snel '7 × 40' of '6 × 80' uitrekenen door eerst de losse cijfers te vermenigvuldigen en er dan een nul achter te zetten, en zo tot 280 en 480 komen?
Eerst dit
- Vlot vermenigvuldigen en delen Vermenigvuldigen met veelvouden van 10 vraagt dat je kind vlot kan rekenen met enkele cijfers.
- De drie cijfers van een driecijferig getal Inzicht in plaatswaarde helpt je kind te redeneren over tientallen.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.