Rekenen › Vermenigvuldigen en delen
groep 7richtlijnVermenigvuldigen en delen (vanaf 10 jaar)
Vermenigvuldigt en deelt getallen door 10, 100 en 1000, met antwoorden tot op drie decimalen, en begrijpt dat cijfers daarbij verschuiven in het plaatswaardesysteem
Je kind beheerst dit als het...
- Berekent 3,456 × 100 = 345,6
- Berekent 45,2 ÷ 1000 = 0,0452
- Legt uit waarom vermenigvuldigen met 10 elk cijfer één plaats naar links verschuift
Vraag eens aan je kind
Kan je kind uitrekenen dat '4,6 ÷ 1000 = 0,0046', en weet je kind dat elke deling door 10 de cijfers één plaats naar rechts verschuift, ook voorbij de komma?
Eerst dit
- Decimalen lezen Om te begrijpen hoe cijfers verschuiven, moet je kind eerst weten wat de waarde is van elk cijfer na de komma.
- Vermenigvuldigen en delen Vermenigvuldigen en delen door 10, 100 en 1000 met tot 3 decimalen bouwt voort op het vermenigvuldigen en delen door 10, 100 en 1000 dat je kind al eerder heeft geleerd.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Decimale plaatswaarde Omrekenen naar 3 decimalen vereist dat je kind kan vermenigvuldigen en delen door 10, 100 en 1000.
- Decimale plaatswaarde Inzicht in de plaatswaarde van decimale getallen en het schalen met machten van 10 is essentieel om decimale getallen te kunnen vermenigvuldigen.
- Delen met decimalen Voor delingen met een decimale uitkomst moet je kind decimale plaatswaarde en machten van 10 begrijpen.