Natuur en techniek › Ecosystemen en leefgebieden
12+, na de basisschoolrichtlijnVariatie binnen soorten
Uitleggen wat variatie is binnen en tussen soorten, met het onderscheid tussen continue variatie (bijvoorbeeld lengte) en discontinue variatie (bijvoorbeeld bloedgroep), en tussen erfelijke en omgevingsoorzaken
Je kind beheerst dit als het...
- Geeft voorbeelden van continue en discontinue variatie bij mensen
- Maakt onderscheid tussen erfelijke oorzaken van variatie (overgeërfde verschillen) en omgevingsoorzaken (voeding, zonlicht, enzovoort)
- Legt uit waarom geslachtelijke voortplanting tot meer variatie leidt dan ongeslachtelijke voortplanting
- Tekent of interpreteert een frequentiegrafiek die continue variatie laat zien
Vraag eens aan je kind
Als je kind om zich heen kijkt in de klas en ziet dat iedereen een beetje verschilt in lengte, haarkleur en oogkleur: kan je kind uitleggen waarom deze verschillen bestaan, en welke daarvan erfelijk zijn, welke door de omgeving komen, en welke door allebei?
Eerst dit
- Chromosomen, genen en DNA Om uit te leggen welke verschillen tussen levende wezens door genen komen en welke door de omgeving, moet je kind eerst weten wat genen en chromosomen zijn
- Levende wezens indelen in groepen Variatie binnen soorten op de middelbare school bouwt voort op het op de basisschool herkennen dat levende wezens ingedeeld kunnen worden op zichtbare kenmerken
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Hoe natuurlijke selectie werkt Natuurlijke selectie werkt op erfelijke variatie, dus je kind moet eerst begrijpen wat variatie precies inhoudt.