Tienden
Telt op en af in tienden; herkent dat tienden ontstaan door een voorwerp in 10 gelijke delen te verdelen, en door een cijfer of hoeveelheid door 10 te delen
Je kind beheerst dit als het...
- Kan tellen: één tiende, twee tiende, drie tiende ... tot tien tiende (één geheel)
- Kan laten zien dat een vorm verdelen in 10 gelijke delen tienden oplevert
- Kan uitleggen dat 3 : 10 = 3/10
Vraag eens aan je kind
Als je kind een chocoladereep met 10 gelijke stukken verdeelt, kan die dan vertellen dat elk stuk een tiende is, en op volgorde tellen van 1/10 tot 10/10?
Eerst dit
- Breuken van hoeveelheden Tienden bouwen voort op het begrip van breuken zoals helften, derden en kwarten.
- Tellen in sprongen van 2 Tellen met sprongen ondersteunt het tellen in tienden.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Honderdsten (vanaf 8 jaar) Tellen in tienden is een voorwaarde om daarna ook in honderdsten te leren tellen.
- Breuken op de getallenlijn Tellen in tienden helpt bij het plaatsen van breuken op een getallenlijn.