Natuur en techniek › Regenwouden
groep 4 t/m 5richtlijnOverlevingstrucs van regenwouddieren
Weet hoe regenwouddieren zijn aangepast aan hun omgeving: camouflage helpt wandelende bladinsecten en boomkikkers zich te verstoppen, felle waarschuwingskleuren laten zien dat pijlgifkikkers giftig zijn, grijpstaarten laten apen takken vastpakken, de grote snavel van de toekan helpt bij het bereiken van ver weg hangend fruit, en veel dieren zijn 's nachts actief om de hitte overdag te vermijden
Je kind beheerst dit als het...
- Beschrijft minstens drie aanpassingen van dieren, zoals camouflage, waarschuwingskleuren en grijpstaarten
- Legt uit hoe elke aanpassing het dier helpt overleven (bijvoorbeeld: camouflage verbergt een prooidier voor roofdieren)
- Geeft bij elke aanpassing een concreet voorbeeld en koppelt het dier aan de laag van het regenwoud waarin het leeft
Vraag eens aan je kind
Kan je kind uitleggen waarom een pijlgifkikker zulke felle kleuren heeft (dat is een waarschuwing aan roofdieren dat hij gevaarlijk is), of waarom een luiaard zo langzaam beweegt dat er algen op zijn vacht groeien, waardoor hij beter opgaat in zijn omgeving?
Eerst dit
- Dieren van het regenwoud Je kind moet eerst de dieren van het regenwoud kennen voordat het leert hoe ze zich hebben aangepast.
- Lagen van het regenwoud Aanpassingen horen bij een specifieke laag van het regenwoud (zoals grijpstaarten in het bladerdak of camouflage op de bosbodem).
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.