Natuur en techniek › Dinosaurussen en paleontologie
12+, na de basisschoolrichtlijnOude ecosystemen reconstrueren
Een prehistorisch ecosysteem reconstrueren met meerdere onafhankelijke soorten bewijs: isotopenanalyse van tanden om voeding en trekgedrag af te leiden, botweefselonderzoek (groeiringen) om leeftijd en groeisnelheid te schatten, chemische analyse van fossiele uitwerpselen voor voeding, en paleobotanie voor leefgebied; begrijpen dat paleontologie een vak is waarin bewijs uit verschillende bronnen wordt samengevoegd
Je kind beheerst dit als het...
- Legt uit hoe de verhouding van stabiele zuurstofisotopen in tanden verandert met de geografische locatie, waardoor seizoensgebonden trekgedrag zichtbaar wordt
- Legt uit hoe jaarlijkse groeiringen in botdoorsnedes iets zeggen over groeisnelheid en ongeveer de leeftijd bij overlijden
- Beschrijft hoe het combineren van bewijs uit tandisotopen, fossiele uitwerpselen en fossiele plantenresten een rijker beeld van het oude leefgebied oplevert dan één bron alleen
Vraag eens aan je kind
Als je je kind zou vragen hoe wetenschappers weten dat een grote dinosaurussoort elk jaar honderden kilometers trok, zou hij of zij dan kunnen uitleggen welk soort bewijs daarvoor wordt gezocht en hoe andere verklaringen worden uitgesloten?
Eerst dit
- Cladogrammen lezen Fylogenetische en cladistische analyse vereist inzicht in de geologische tijdschaal en gesteentelagen.
- Conclusies trekken uit bewijs (12+) Cladistische analyse bouwt voort op vergelijkende gegevens over de diversiteit van dinosauriërs.
- Radiometrische datering Redeneren over evolutionaire lijnen met cladistiek vereist kennis van gesteentelagen en het fossielenarchief.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.