Rekenen › Optellen en aftrekken
groep 3richtlijnOptellen en aftrekken: hoofdrekenen en cijferend rekenen
Optel- en aftreksommen oplossen met hoofdrekenen en cijferend rekenen, ook bij vraagstukken met getallen, hoeveelheden en maten
Je kind beheerst dit als het...
- Lost een tweestapsvraagstuk op: 'Ik had 35 cent, gaf 12 cent uit en vond toen 5 cent. Hoeveel heb ik nu?'
- Kiest een geschikte methode (hoofdrekenen of cijferend rekenen) voor een gegeven vraagstuk
- Lost vraagstukken op met maten, bijvoorbeeld: 'een lint is 45 cm lang, ik knip er 18 cm af'
Vraag eens aan je kind
Kan je kind bij een vraagstuk over lengtes, gewichten of prijzen bepalen of er opgeteld of afgetrokken moet worden, en de berekening correct uitvoeren?
Eerst dit
- Twee tweecijferige getallen optellen Om praktische sommen hoofdrekenend of op papier op te lossen, moet je kind eerst kunnen optellen en aftrekken met getallen tot honderd.
- Eerste verhaaltjessommen Het oplossen van praktische rekenproblemen bouwt voort op de eenvoudige redactiesommen die je kind al eerder heeft geoefend.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.