Hoeken bij evenwijdige lijnen
Begrijpt en gebruikt het verband tussen evenwijdige lijnen die door een lijn worden gesneden: overeenkomstige hoeken (F-hoeken), verwisselende binnenhoeken (Z-hoeken) en binnenhoeken aan dezelfde kant (C-hoeken); gebruikt dit om onbekende hoeken te berekenen
Je kind beheerst dit als het...
- Herkent in een tekening met evenwijdige lijnen welke hoeken verwisselend, overeenkomstig of aan dezelfde kant liggen
- Legt uit waarom verwisselende hoeken gelijk zijn, aan de hand van het idee van verschuiving langs de kruisende lijn
- Berekent ontbrekende hoeken in een tekening met evenwijdige lijnen door verschillende hoekregels te combineren
Vraag eens aan je kind
Als je kind in een tekening een Z-vorm of F-vorm ziet die ontstaat uit twee evenwijdige lijnen en een kruisende lijn, kan hij/zij dan de gelijke hoeken aanwijzen en uitleggen waarom ze gelijk zijn?
Eerst dit
- Hoeken begrijpen (11+) Hoeken bij evenwijdige lijnen bouwen voort op de basiseigenschappen van hoeken bij punten en lijnen.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.