Natuur en techniek › Insecten en kleine beestjes
groep 2 t/m 3richtlijnHoe minibeestjes zich voortbewegen
Hoe minibeestjes zich voortbewegen: kruipen (mieren, kevers), vliegen (vlinders, bijen), kronkelen (wormen, slakken), springen (sprinkhanen, vlooien), graven (regenwormen). Poten tellen als eerste stap om diertjes in groepen in te delen.
Je kind beheerst dit als het...
- Beschrijft minstens drie verschillende manieren waarop minibeestjes zich voortbewegen, zoals kruipen, vliegen en kronkelen
- Koppelt een minibeestje aan de manier waarop het zich voortbeweegt, bijvoorbeeld dat sprinkhanen springen en wormen kronkelen
- Telt de poten van een minibeestje en merkt op dat mieren er zes hebben en spinnen acht
Vraag eens aan je kind
Kan je kind een paar minibeestjes bekijken en beschrijven hoe ze zich elk anders voortbewegen, zoals mieren die kruipen, vlinders die vliegen en wormen die kronkelen?
Eerst dit
- Beestjes herkennen & benoemen Je kind moet eerst veelvoorkomende kleine beestjes herkennen, voordat het kan vergelijken hoe ze bewegen.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- De bouw van een insect Poten tellen en beweging observeren bereidt voor op het formeel bestuderen van de lichaamsbouw.