Natuur en techniek › Regenwouden
groep 4 t/m 5richtlijnAanpassingen van regenwoudplanten
Weet hoe regenwoudplanten zijn aangepast aan hun omgeving: puntige bladeren voeren water snel af zodat de plant niet gaat rotten, brede steunwortels ondersteunen hoge bomen in de dunne bosgrond, planten die op boomtakken groeien (zoals orchideeën en bromelia's) bereiken zo het zonlicht zonder grond nodig te hebben, en lianen klimmen tegen stammen omhoog om de boomtoppen te bereiken
Je kind beheerst dit als het...
- Beschrijft minstens drie aanpassingen van planten: puntige bladeren die water afvoeren, brede steunwortels en planten die op boomtakken groeien
- Legt het doel van elke aanpassing uit (bijvoorbeeld: puntige bladeren voeren water af zodat de plant niet gaat rotten)
- Gebruikt het woord aanpassing voor een kenmerk dat een organisme helpt te overleven in zijn omgeving
Vraag eens aan je kind
Kan je kind uitleggen waarom sommige regenwoudbomen enorme wortels hebben die als vleugels uitwaaieren, of waarom bladeren puntige uiteinden hebben waar het water vanaf druipt, en dat dit slimme aanpassingen zijn aan het leven in een heet, vochtig bos?
Eerst dit
- Lagen van het regenwoud Aanpassingen horen bij specifieke lagen van het regenwoud, zoals steunwortels bij hoge bomen in het kroondak en planten die op andere planten groeien om bij het licht te komen.
- Regenwoudplanten Je kind moet eerst weten welke planten in het regenwoud voorkomen, voordat het kan leren hoe deze planten zich hebben aangepast.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Voedingsstoffenkringloop in dunne bodem Aanpassingen van planten (zoals steunwortels in dunne grond) sluiten aan bij de paradox van de arme grond